Juist Nu #8 Wie ben ik?

In deze blog schrijf ik over het zelf. Hoe identificeer jij jezelf? Binnen Acceptance & Commitment Therapy zijn er drie lagen te ontdekken. Het observerende zelf, het descriptieve zelf en het bewuste zelf. Het is interessant om na te gaan hoe jij naar jezelf kijkt. Welk verhaal vertel je over jezelf? Ben je heel streng? Ik neem je mee in de verschillende lagen.

Je observerende zelf

Er is één plek binnenin jou vanuit waar jij naar jezelf en de wereld kijkt. Dit is je observerende zelf. Vanuit daar kijk je naar je gedachten, gevoelens en emoties. En ook naar alles wat er om je heen gebeurt. Het is dus alsof je van een afstandje naar je eigen leven kijkt.

Ga maar na; je kan van een afstand kijken naar je gedachten. Welke gedachten zie je nu voorbij komen? Dit doe je precies hetzelfde voor je gevoel; welk gevoel ervaar je nu in je lichaam? En waar zie je dat in je lichaam? En ook voor je emotie; welke emotie ervaar je nu? Je kan dus vanuit een neutrale plek kijken naar wat er gebeurt in jouw lichaam en buiten jouw lichaam. En deze plek bestaat al jouw hele leven. En die plek verandert niet. Je gevoelens, gedachten en emoties die veranderen continue. Maar de plek vanuit waar je die observeert niet. Je observerende zelf die nu kijkt is hetzelfde als bijvoorbeeld 10 jaar geleden. 

Hoe voelt het om vanuit je observerende zelf te kijken naar jezelf?

Vaak kom je op die manier los van je verstand. En dat kan heel bevrijdend voelen. Want je neemt afstand van de gedachten die in je opkomen. Je ziet ze komen en je ziet ze gaan. En je gaat er niet helemaal in op alsof het de waarheid is. Dit bevrijdende gevoel ervaren mensen vaak als ze helemaal opgaan in een activiteit of een moment. Zoals het kijken naar de zonsondergang. Er is dus een groot verschil in gevoel in het kijken naar jezelf vanuit je observerende zelf en het leven vanuit je verstand.

En toch hebben we te maken met ons verstand. In mijn blog over defusie schreef ik dat je niet je gedachten bent. Het gaat er dus om te oefenen dat je met afstand kan kijken naar jezelf. En dat je weet dat gedachten, gevoelens en emoties komen en gaan. Dit zijn dus variabele sensaties en geen constanten. Alleen de plek vanuit waar jij naar jezelf kijkt is constant.

Even een stapje terug

De titel van deze blog heet “wie ben ik?”. Nu je bewust bent van het observerende zelf binnenin jou is dit een leuke vraag. In onze maatschappij zijn we geneigd om onze eigenschappen te benoemen. Zoals dat ik vriendelijk, sociaal, spontaan en avontuurlijk ben. Dit vind ik leuke eigenschappen van mijzelf. Maar als ik dit te serieus neem dan worden het strenge regels die ik mezelf opleg. Ik vind mezelf sociaal en dus als ik niet sociaal ben is dat niet in lijn met wie ik ben. Daar kan ik mij dan slecht over voelen. Als ik dus volledig op ga in de eigenschappen creëer ik strenge regels die ervoor zorgen dat ik een slecht gevoel ervaar als ik mij niet houd aan de regels. Terwijl ik mij bewust ben dan mijn gedrag niet altijd constant is aan mijn verbale omschrijving van mijzelf.

Je descriptieve zelf

Neem een moment voor jezelf om na te gaan met welke eigenschappen jij jezelf omschrijft. Schrijf minimaal drie eigenschappen op in de vorm van de zin: “Ik ben…”. Zie je ook de paradox van de positieve eigenschappen als je je daar aan vast wilt houden? Je kan namelijk niet altijd vriendelijk, sociaal, spontaan en avontuurlijk zijn. Met het omschrijven van wie we zijn in woorden hopen we te begrijpen wie we wel en niet zijn; en hoe we ons dus wel en niet moeten gedragen. Dit is ons descriptieve zelf. Alleen zorgt gedrag dat dus niet in onze omschrijving past voor een vervelend gevoel. Omdat het niet kloppend is met hoe we vinden dat we moeten zijn. Daarnaast zijn we niet eenduidig over de betekenis van de eigenschappen. Want wat betekent het nu eigenlijk dat je avontuurlijk bent? Het is dus eigenlijk vrij abstract.

Je bewuste zelf

Wanneer je bewust wordt dat je jezelf identificeert met eigenschappen in het descriptieve zelf ga je naar je bewuste zelf. Je wordt je bewust van jouw gedachten, gevoelens en emoties en je kan er met een afstand naar kijken. Hierdoor zie je ook dat ze komen en gaan en niet de absolute waarheid zijn. Het is dus niet meer ik ben vriendelijk, maar ik beschrijf mezelf als vriendelijk. Je haalt hierdoor een druk van de ketel af dat je altijd vriendelijk moet zijn. Je verandert van perspectief. In je descriptieve zelf identificeer je je met de woorden. In je bewuste zelf creëer je afstand van de woorden. Ze komen en ze gaan weer.

Wat wel en wat niet

Als je negatieve overtuigingen hebt over jezelf, zoals: “Ik ben zwak”, is het niet de bedoeling om deze te vervangen door positieve overtuigingen voor jezelf. Want zoals ik eerder schreef kan dit ervoor zorgen dat je strenge regels creëert voor jezelf. “Ik ben vrolijk”, kan ertoe leiden dat je de druk erop legt dat je altijd vrolijk moet zijn. Het doel is dus om te leren om gaan met je gedachten, gevoelens en emoties. En de eerste stap is door bewust te worden van de overtuigingen die je hebt om er dan met een afstand naar te kijken. Dan zit je in je bewuste zelf. En vanuit daar ontdek je ook je observerende zelf die altijd constant en neutraal aanwezig is. 

En nu nog een oefening

Als het goed is heb je al minimaal drie zinnen opgeschreven met “Ik ben…”. Bereid deze lijst uit tot een minimum van 15 woorden. Dit kunnen positieve of zogezegd negatieve eigenschappen zijn. En als je klaar bent streep dan één voor één de omschrijvingen over jezelf weg. Voordat je een streep door het woord zet stel je jezelf de volgende vraag, “Kan ik mij altijd in lijn met deze eigenschap gedragen?”. En wat hou je over aan het eind? Ik ben. Je bent simpelweg.


← terug naar het overzicht
nl_NLNL